De brandlucht van de brand in Egmond is in ons huis aanwezig. Niet overdadig. Wel aanwezig. Toen ik mijn dochter naar bed bracht, hoorden we het al. Sirenes. Niet één keer, niet twee keer, maar meerdere malen achter elkaar. ‘Dat moet wel een grote brand zijn, mama’, merkt ze op. Het doet me denken aan die branden in Schoorl. De overdaad aan sirenes. Het willen weten wat er aan de hand is. Eigenlijk is dat raar. Ik heb namelijk een grondige hekel aan ramptoerisme (weer een sirene). En toch schrijf ik erover. En toch laat het me niet los. Komt dat omdat het ineens zo dichtbij is? Omdat ik mensen ken die in de buurt wonen? (nog een sirene) Ik weet het niet. Of misschien wel. Ik vind brand eng. Het is allesverwoestend.
Het is misschien gek, maar sinds de branden in Schoorl ben ik altijd blij dat het regent als er een brand uitbreekt. Niet dat dat beetje regen zo’n enorme brand kan blussen, maar droogte zorgt er wel voor dat de brand verder uitslaat. Dus met mijn lekenverstand bedenk ik dan dat de brand niet verder uitslaat en sneller onder controle is. Brand meester noemen ze dat.
Het is nu 2 uur nadat we de eerste sirene hoorden. Als ik ‘brand egmond 2012’ google, dan zie ik dat dit nieuws zelfs de NOS al heeft bereikt. Het is me niet helemaal duidelijk waar de brand is begonnen (blushelikopter vliegt over). Volgens de Telegraaf en de NOS is het begonnen in een cosmeticabedrijf. Ons eigen Noordhollands Dagblad vertelt dat de brand is ontstaan in de kringloopwinkel. Natuurlijk ben ik geneigd om ‘onze’ lokale krant te geloven. Het maakt ook eigenlijk niet uit waar de brand is begonnen. Belangrijker is de oorzaak. Dat we niet weer een pyromaan in Noord-Holland-Noord hebben rondlopen. Nòg belangrijker is dat de mensen die morgen geen bedrijf meer hebben, en/of geen werk meer hebben om naar toe te gaan steun krijgen van hun omgeving. En het allerbelangrijkste is dat de brand begin van de avond is ontstaan en er daardoor hopelijk geen gewonden zijn gevallen.
Recente reacties