Nee, ik schrijf dit blog niet om te zeuren. Echt niet. Maar als ik hoor, dat iemand met een bovenmodaal inkomen, zegt dat uitkeringstrekkers het maar makkelijk hebben, omdat ze alles gratis krijgen, dan gaan toch echt al mijn nekharen recht overeind staan.

Ik ben namelijk een kind van een bijstandsmoeder. Dat betekent dat we het niet breed hadden. Dat ieder dubbeltje werd omgedraaid. Dat ik meestal de kleertjes van mijn oudere nichtjes droeg en met tweedehands speelgoed speelde. Samen op vakantie gaan, kon mijn moeder simpelweg niet betalen. Een dagje naar een pretpark, was voor mij een droom die ik pas later zou verwezenlijken. Kunnen studeren betekende voor mij een strijd met studiefinanciering.

Begrijp me goed, ik heb er enorm veel geleerd en een mens is heel flexibel als het erop aankomt. Maar als ik hoor dat mensen die in de bijstand het maar makkelijk hebben. Ik kan er niet bij. Als ik hoor dat het luie mensen zijn, die maar eens moeten gaan werken, word ik boos.

Mijn moeder heeft veel vrijwilligerswerk gedaan. Op haar manier heeft ze het geld dat ze heeft ‘gekregen’ dubbel en dwars verdiend. Ik zou graag tegen meneer en mevrouw Bovenmodaal willen zeggen dat het leven met een uitkering geen pleziertje is. Het is hard werken om iedere maand weer genoeg eten op tafel te toveren om daarnaast nog wat geld opzij te leggen om de extraatjes te kunnen betalen. Die extraatjes zijn geen etentjes, vakantie of uitjes. Die extraatjes bestaan uit kleding en een nieuwe koelkast als de oude het toch echt heeft begeven.

Over een ding kunnen we het eens zijn, meneer en mevrouw Bovenmodaal. Het is fijner om te kunnen werken voor je geld. Maar helaas is dat niet voor iedereen weggelegd. Dat is al moeilijk genoeg. Is het dan echt nodig om de mensen die wel een uitkering nodig hebben, zo te veroordelen? Nee toch?