Er speelt een vriendinnetje bij dochterlief. Ze spelen boven. Af en toe komen ze naar beneden om iets te vragen. Meestal gaat het om wat eten of drinken. Deze keer niet. Ditmaal kwam ik er nogmaals achter dat mijn dochter een klein groot mens is, met haar eigen gedachten in haar eigen wereld.
“Mam, mag ik dit doodheidspoppetje aan mijn vriendinnetje geven?”, vraagt ze, terwijl ze een zelfgemaakt figuurtje van Lego laat zien.
“Wat is een doodheidspoppetje, lieverd?” vraag ik haar.
“Nou gewoon”, legt ze uit “Als er iemand is doodgegaan van je familie, je opa, je oma of een vriend ofzo, dan kun je hier doorheen kijken en dan kun je ze zien.”
“Dat vind ik een hele mooie gedachte. Natuurlijk mag je vriendinnetje haar doodheidspoppetje meenemen.”
Als ik haar die avond naar bed breng, gaat haar doodheidspoppetje mee naar boven. Eenmaal in bed, neemt ze het poppetje in haar handen en zegt ze me dat ik even moet wachten met voorlezen.
“Waarom?” vraag ik haar.
“Ik ga eerst even aan alle dode dieren denken.”
Ik laat haar even stil zijn tot het moment dat ze haar blik weer op mij richt.
“Aan welke dieren dacht je?”
“Oh, gewoon, aan de twee goudvissen Piet en Sjip, Wolletje de hamster, en aan Dreutel, Knorretje en Saartje, de katten.”
Ik ben er even stil van. Ik had me niet gerealiseerd dat we in zo’n korte tijd van zoveel dieren afscheid hadden moet nemen.
“Ik vind het echt heel bijzonder van je dat je dit zo doet.” prijs ik haar.
Ze haalt haar schouders op. “Dat is toch heel gewoon, mama?”
Recente reacties