“Zeg mam? Waarom zijn je ogen zo rood?”

“Ik heb hooikoorts. En als het dan heel mooi weer is, dan heb ik wel eens last van mijn ogen”

“Wat is dat, hooikoorts?”

“Nou, dan ben je allergisch voor gras en sommige planten en bomen. Dan kan je er niet goed tegen.”

Een week na dit gesprek, lopen we buiten.

“Zeg mam? Ik ben echt allergisch voor naaktslakken.”

“Hoezo?”

“Nou, ik kan er echt niet tégen.”

“Maar als je er allergisch voor bent, dan krijg je het benauwd, of je krijgt er uitslag van.”

“Nou, ik krijg echt uitslag van die beesten. Iew.”

“Zeg mam, jij eet toch naaktslakken?”

“Nou, ik heb wel eens wijngaardslakken gegeten.”

“Echt?”

“Ja, lieverd.”

“En vond je ze lekker?”

“Ja.”

“Dan ben ik ook allergisch voor jou.”