“Waarom zijn we eigenlijk voor elkaar gevallen? Zoveel overeenkomsten hebben we niet”. Verbaasd kijk ik op van mijn Wordfeud-spelletje en sputter tegen. “We spelen allebei Wordfeud. En we houden allebei van uitslapen, samen stappen, samen eten, genoeg om op te noemen”. Hij lacht en zegt. “Kijk, dat bedoel ik nou. Jij schiet meteen in de verdediging, terwijl ik vind dat dat helemaal niet nodig is. Het is gewoon een constatering. Jij raakt geagiteerd en ik vind het grappig”. En ik kijk hem inderdaad wat bozig aan, in mijn kuif geschoten. Maar als hij me aankijkt met een glimlach die ik niet kan weerstaan, herinner ik me dat nummer van Paula Abdul. Het heette ‘Opposites attract’. Ik kan me herinneren dat hij me met dat nummer wilde versieren. Toentertijd zonder succes overigens. Het duurde nog tien jaar voordat ik er aan toe was om een echte relatie te beginnen.

Maar dat nummer ‘Opposites attract’ heeft op mij toch wel indruk gemaakt. Ik kan het me immers nog herinneren. Hij niet. Maar hij weet wel alle tegenstellingen tussen ons op te noemen. Ik zal er een paar weggeven. Hij is een beta en ik ben een alpha. Ik werk op Mac, hij onder Windows. Ik heb een iPad, hij een Samsung. Ik twitter, hij speelt games. Gelukkig vinden we tussen onze tegenstellingen ook heel veel overeenkomsten. De belangrijkste: hij houdt van mij en ik houd van hem. We hebben samen de twee liefste kindjes van de wereld en we zijn blij als we samen zijn. Of, zoals mijn lief het dan zegt: “We vullen elkaar gewoon heel goed aan”. En dat kan ik alleen maar beamen.