Mijn eerste echte huisje in Amsterdam had geen buiten. Zelfs geen frans balkonnetje. Als ik buiten wilde zitten, gooide ik het raam omhoog, zette ik er een houten plank tegenaan, zodat het raam niet met dezelfde rotvaart naar beneden zou vallen, en ging op de vensterbank zitten. In het zonnetje. Dat was mijn buiten.

Mijn buiten had wel een klein minpuntje. Het was niet mogelijk om mijn beddengoed buiten te hangen. En binnen was simpelweg te weinig ruimte om het kwijt te kunnen. Een ieniemienie-drogertje was de oplossing. Ik kocht de goedkoopste die ik kon vinden, met zo’n slang door het raam naar buiten. Werkte prima. Het beddengoed ging in de droger, de rest binnen aan mijn rekje. Heel langzaam kwam ik tot de conclusie dat het ook best handig was om mijn handdoeken in die droger te stoppen. Maar niet mijn kleding. Die hang ik tot op de dag van vandaag nog steeds op datzelfde rekje.

Mijn lief is al heel lang een droger gewend. Zijn kleren én die van de kinderen gaat in de droger. Nu heeft onze tien-jaar-oude droger het begeven. De motoraandrijver is stuk. Weinig aan te doen dus. Terwijl de buurvrouw de was buiten aan het ophangen is, surf ik op het internet op zoek naar een nieuwe. Zaterdag wordt hij bezorgd. Stiekem moet ik toegeven dat een droger toch wel heel veel tijd bespaart. En niet alleen voor mijn beddengoed…