Het is 2 uur in de middag. De wekker gaat. Slaperig en duf sla ik hem uit. Zweterig en wazig kijk ik om me heen. Ik raap zo goed en zo kwaad als het gaat mijn kleren bij elkaar. Koken voor mijn kindjes. Dat moest ik nog doen. Ik loop naar beneden. Bij iedere stap die ik zet, breekt het zweet me uit. Ik zet water op en giet het kokende water in de pan. Eerst de macaroni koken. Eén ding tegelijk. Ik gooi de macaroni half over de grond en half in de pan. Bleegh. Ook dat nog. Met het tempo van een slak, raap ik de gevallen macaroni van de vloer en deponeer ze in de prullenbak. Ik ga even zitten. Even rust. Na een paar minuten schrik ik op. De kookwekker niet gezet. Ik proef een veel te heet macaronischelpje, brand mijn mijn tong en besluit dat de macaroni over drie minuten gaar is.
Dan is het tijd voor de saus. Ik zet vast het vuur aan en haal alle ingrediënten uit de koelkast. Zo, maar weer even rust. Totdat ik me realiseer dat er wel vuur onder de pan staat, maar geen boter in de pan zit. Ik zet mijn stoel bij het fornuis. Het lukt. De macaroni is klaar. Nu alleen nog de kindjes halen. En weer breekt het zweet me uit.
PS. Bij gebrek aan puf vandaag geen foto.
Recente reacties