“Zullen we morgen naar Texel gaan?” opperde ik gisteravond. Het gebeurt niet vaak dat we op een doordeweekse dag allevier thuis èn vrij zijn. We doen het eigenlijk nooit en zo ver wonen we niet van het eiland af.
Om kwart over 6 staat dochterlief al naast ons bed.
“Vandaag gaan we naar Texel”
“Ja, lieverd”, zeg ik slaperig, terwijl ik hoopvol het raam uit kijk.
Het regent, het is druilerig en nat buiten. De moed zakt me een beetje in de schoenen. Eilanden hebben de meeste zonuren, denk ik dan hoopvol en om 6.30 uur staat mijn Mac aan en surf ik naar de buienradar. Ik zie een baan regen over de kop van Noord-Holland en Texel verschijnen. Ik zet door. Er zijn ook binnenactiviteiten.
Om 10.35 uur vertrekken we en we missen de boot van 11.30 uur. Het is druk. Gelukkig zijn we allemaal goed geluimd en is het half uurtje wachten zo om. Aangekomen op het eiland, breekt de zon al door. Het is een goede beslissing. Eilanden hebben echt meer zonuren. Een kwartiertje later zitten we op een terrasje in de zon, terwijl de kinderen in het speeltuintje van het restaurant spelen. Heerlijk. Zo heerlijk dat de tijd verstrijkt, de lucht weer wat donkerder wordt en we besluiten het Sommeltjespad te bewaren voor een volgende keer. We gaan naar de zeehondjes in Ecomare. Dochterlief neemt zoonlief mee op sleeptouw en samen zijn de oh’s en de ah’s niet van de lucht. En wij genieten. Een kinderhand is snel gevuld. En een grotemensenhand ook. Wat word ik toch altijd blij van zo’n eiland. Dat zouden we toch echt vaker moeten doen.
Wauw, dit maakt mijn ochtend een mooie ochtend. Dank je wel, Jan!
Dit stukje zou zo maar in een boek kunnen verdwijnen, zoals een boek meer van onze werkelijkheid bevat dan we denken.