We komen aan bij ons vakantiehuisje. Midden in de bossen. In de warmte van deze zomer is het heerlijk om een weekje in een huisje te bivakkeren dat niet wordt overgoten door zonlicht. We nestelen ons in het huisje. Onze karakters worden pijnlijk duidelijk.

Dochterlief pakt haar deel van het kinderkoffertje uit en legt haar kleding netjes in stapeltjes in de daarvoor bestemde kast. Lief pakt zijn stapeltje kleding uit de papa-en-mama-koffer en legt het op de grond. De toilettas van dochterlief blijft op haar kamer en die van lief belandt in de badkamer. Kleine man laat de kinderkoffer volledig links liggen. Dat zijn spullen op de kamer van zus blijven liggen, vindt hij prima. Hij heeft het druk met het verkennen van het huis. En ik? Ik doe net alsof ik in een tent slaap en leef uit mijn koffer. Alleen mijn e-reader krijgt een speciaal plekje naast de bank.

De vakantie is begonnen.