Pieperdepieperdepiep. Er komen zoveel bliebjes tegelijkertijd uit mijn telefoon dat ik het niet kan negeren. Ik werp een blik en het blijkt een noodkreet. Haar boodschap lijkt op die van mijn puberdochter: kom. je. NU! Nee, ik kom naar je toe. NU. En natuurlijk sta ik al buiten. Met mijn jas half aan en een paar oude theedoeken in mijn hand. In mijn oren hoor ik haar stem al.
‘Hij (of zij) ligt aan die kant, vertelt Buuf. Er is een katje aangereden. Stiekem hoop ik dat het geen katje is dat ik ken. Raar natuurlijk, want iedere kat is geliefd en iedere aangereden kat is even erg. Maar toch hoop je… heel egoïstisch … niet mijn kat. Als we aan komen lopen, dan staat er nog een meisje bij. Ik zie dat ze ons ziet en ze blijkt opgelucht. Als ik het katje zie, herken ik haar (of hem). Het is het jonge poezenbeestje dat vorige week met ons meeliep naar huis. Niet genoeg kon krijgen van onze aandacht. Het katje dat mijn puberdochter meteen in huis wilde nemen. Zo’n katje waarvan je zegt ‘als hij (of zij) geen huisje heeft, dan houden we hem’. Ik legde haar uit dat je niet zomaar een kat mee naar binnen kan nemen omdat ze heel lief is. Zeker niet als ze er goed verzorgd uit zien. Dan hebben ze vaak al een huisje en worden ze zo ontzettend gemist als ze bij iemand anders thuis zitten. Dat katje dus. Aangereden. Overleden.
Eerst bellen…
Het meisje dat naast me staat, huilt zachtjes. Ik verman me. Eerst de dierenambulance bellen. Ze zijn in Bergen bij een ander aangereden katje dat nog leeft. Dat heeft voorrang. Uiteraard. Ik hoop dat het beestje uit Bergen het redt. Daarna komen ze dit katje ophalen. We blijven – inmiddels met zijn drieën – wachten op de dierenambulance. Buuf ziet de de dierenambulance rijden, maar hij gaat de verkeerde kant op. Vervolgens zet Buur het op een lopen achter de dierenambulance aan. De dierenambulance en de sprintende Buur komen onze kant op.
Een klein beetje draaglijker
Kordaat en liefdevol neemt de dame van de ambulance het katje mee. In de ambulance blijkt dat ze is gechipt. De opluchting is groot, ondanks het verlies. De eigenaar kan afscheid nemen van deze prachtige kattenschat. En helaas weet ik uit ervaring hoe fijn het is om de mogelijkheid te hebben om dat te kunnen doen. Het maakt het verlies van je huisdier toch een klein beetje draaglijker.
Recente reacties