We houden ervan. Dochterlief en ik. Snuffelen tussen leuke hebbedingen. Het leek ons daarom gezellig om een dorpse markt te bezoeken. Ik ken dat nog van vroeger. De dorpsmarkt in Middenmeer. Altijd op woensdag en ook leuk voor kinderen. Het nadeel van zo’n herinnering is wel dat je er al een beeld bij hebt over hoe het zou moeten zijn. Plus dat een herinnering vaak mooier is dan – waarschijnlijk – de werkelijkheid was.

Iedere dag bleek er in een omliggend dorp een markt te zijn. Verwachtingsvol rijden we naar de vakantiemarkt. Het begin van de markt zag er gezellig uit met een suikerspinnenkraam gelardeerd met een vrolijke aankleding. Het beloofde wat. Die belofte werd helaas niet waargemaakt. Binnen een kwartier hadden we het bekeken.

We besluiten dan toch maar naar het kermisachtige pretpak te gaan gaan, dat dochterlief onderweg had gespot (en waarvan ondergetekende het bestaan ervan zorgvuldig had verzwegen). Het was er druk. Te druk. De wachtrijen voor de attracties waren te lang. Nee, niet zo lang als in de Efteling, maar toch. Twintig minuten in de rij staan voor een drie-minuten-durende attractie is niet mijn kopje thee.

Ik besluit het – bij de entree inbegrepen – eten op een subtiel tijdstip in te plannen. Het wordt 16.00 uur. Tussen lunchtijd en avondeten in. En dan blijkt het Cruyfiaanse spreekwoord weer te kloppen: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’. Door de drukte is de omloopsnelheid hoog. Wat in dit geval betekent dat de frieten en snacks vers zijn. Bovendien hoef ik nu niet heel lang in de rij te staan. Na zeven minuten sta ik met de verse waar bij onze tafel. En daar kan ik dan weer van genieten. Beat the crowd!