Woensdag:
De tweede chemo gaat definitief niet door. De artsen durven het niet aan. De dip was dieper dan iedereen van te voren voor mogelijk had gehouden. Een tweede chemo is onverantwoord. Maar er zijn twee alternatieven.
Donderdag:
‘Ik moet de alternatieven met je bespreken’, zegt mijn vader gedecideerd.
Hij vervolgt:’Ik kom zondag bij je langs. Dan neem ik de papieren mee en dan bespreken we het’.
‘Nee’, zeg ik.
‘Nee?’, zegt mijn vader, die niet zo erg van dat antwoord houdt.
‘Nee, jij stuurt de papieren eerst naar me toe. Dan kan ik me inlezen en dan gaan we het zondag bespreken’.
‘O, ja, eh, is dat handig?’
‘Ja, ik kan niet onvoorbereid over zo’n belangrijke beslissing praten. Voor mij is het zelfs noodzakelijk.’
‘Goed, je hebt de papieren morgen in huis. Zondag praten we erover’.
Vrijdag:
De papieren liggen in mijn brievenbus. Ik moet ze nog even laten liggen tot de avond als de kindjes op bed liggen. Om 20.00 uur is het dan eindelijk zover. Ik lees de papieren eerst vluchtig door. Twee alternatieven. Eèn uit de categorie fase 1 en één uit de categorie fase 3. Eh … fase 1? fase 3?. Ik lees de papieren nog eens door, maar merk dat ik alleen tussen de regels door het verschil tussen de twee fasen kan ontdekken. Leve het wereldwijde internet, denk ik dan en ik ga aan de slag. Dat bleek nog niet eenvoudig. Ik zal het hieronder proberen uit te leggen. Bedenk wel dat ik geen medisch onderzoeker ben. Ik probeer het in begrijpelijk Nederlands te vertalen, maar het kan zijn dat ik het daardoor op details niet helemaal goed heb verwoord. Het staat medici vrij om mij hierin te verbeteren! Het meedoen aan een medisch onderzoek is overigens altijd vrijwillig. Dat betekent dat mijn vader in feite 3 keuzes had: niets doen of meedoen met het fase I onderzoek of meedoen met het fase III onderzoek.
Fase I: De eerste test op mensen na dieronderzoek
Bij deze fase kijkt de onderzoeker hoe het geneesmiddel reageert op de mens. Dit gebeurt natuurlijk niet zomaar. Het geneesmiddel is eerst getest op dieren, daarna goedgekeurd door een medisch-ethische toetsingscommissie. De eisen staan beschreven in de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO), dus het is niet zomaar een pilletje of drankje of spuitje dat je toegediend krijgt. Meestal zijn er in de eerste fase 12 proefpersonen. Er zijn namelijk niet zoveel mensen nodig om te kijken hoe het geneesmiddel reageert op de mens. De proefpersoon staat onder streng toezicht en er worden regelmatig gerichte en algemene testen verricht om ervoor te zorgen dat de proefpersoon gezond blijft en om te controleren of het middel werkt. Dergelijke fase 1 onderzoeken mogen alleen worden uitgevoerd in gespecialiseerde fase 1 klinieken of in academische ziekenhuizen, met zorgvuldig getraind personeel, en omgeven door een uitgebreide hoeveelheid procedures, die fouten moeten voorkomen.
Fase II: Onderzoek bij kleine groepen patiënten
Als er een nieuw middel wordt getest, dan kan dit worden getest op gezonde proefpersonen of op zieke proefpersonen. Als het mogelijk is om het middel op gezonde proefpersonen te testen, dan wordt het middel bij fase 1 op gezonde personen getest en bij fase II op personen die echt baat hebben bij het middel. In het geval van mijn vader, mogen alleen patiënten met AML (vorm van leukemie) deelnemen aan het onderzoek, omdat het middel niet valt te testen op gezonden proefpersonen. In dat geval wordt het fase II onderzoek gebruikt voor de fijnafstelling van het medicijn. In deze fase kijken de artsen met name naar de effectiviteit van het geneesmiddel op de aandoening van de patiënt. Ze kijken welke dosering het beste resultaat geeft met zo min mogelijk bijwerkingen.
Fase III: Behandeling van grotere groepen patiënten
De deelnemers in het fase III onderzoek worden in twee groepen verdeeld. De ene groep krijgt het medicijn en de andere groep krijgt placebo’s (nepmedicijnen) of een vergelijkend medicijn. Omdat de werking van het medicijn eigenlijk al is bewezen, is dit het ‘veiligste’ onderzoek. Je loopt aan de andere kant wel het risico dat je een nepmedicijn of een placebo krijgt toegediend. Op die manier weten de onderzoekers zeker of het medicijn de oorzaak is van het genezen of wegblijven van de ziekte. Alle fasen vinden plaats onder zeer streng toezicht.
Mijn vader kreeg de keuze tussen en fase I en een fase III onderzoek. Een keuze tussen de minste zekerheid en tussen 50% kans op meer zekerheid. Gelukkig bleek mijn eerste voorkeur ook zijn eerste voorkeur te zijn. Het is ook bij die eerste voorkeur gebleven.
Recente reacties