Verdwaasd kijk ik ze aan.
“Hoe bedoel je, het kan niet?”
“Hij doet het gewoon niet.”
“Dan moet je alle draadjes even nalopen.”
“Dat hebben we gedaan.”
“En hij doet het nog steeds niet?”
“Nee.”
“Hij komt net uit de doos.”
“Nou, we gaan hem niet helemaal weer van het plafond af slopen.”
Teleurgesteld kijk ik ze aan. Ik ben hoogzwanger en kan het echt niet meer opbrengen om zelf op die trap te klimmen. En ik heb ook geen puf meer om de zaak waar ik de lamp heb gekocht te bellen. Er hangt iets. Dat moet genoeg zijn voor nu. De lamp geeft licht. Alleen die leuke sterretjes rondom niet. En juist die zijn zo schattig. Maar ik mag me er nu niet druk over maken. De baby kan zich immers ieder moment aankondigen.
Dit was ruim drie jaar geleden. Nu heeft dochterlief sinds een paar weken een hoger bed. Zo hoog dat ik bij de lamp kan komen, zonder de trap naar boven te hoeven sjouwen. Dit weekend zag ik mijn kans schoon. Ik wilde het weten. Of het écht niet kan. Want dat kán toch niet? Dus ik ging op speurtocht. Langs draadjes en lampjes. Volgens mijn logica moest er gewoon ergens een lampje een beetje los zitten of een draadje en het probleem was verholpen. Voorzichtig draai ik aan één van de lampjes. Hij zit inderdaad een beetje los. Ik probeer hem vast te draaien. Het lukt. Ik kijk dochterlief aan.
“Even iets proberen,” zeg ik, terwijl ik aan het touwtje trek dat de lampjes moet doen branden. En dan…
“Ooooh, kan dat ook!” roept dochterlief verrast uit.
Ik probeer het nog een keer. Het werkt! Stiekem lach ik in mijn vuistje. Ik wist het!
Recente reacties