Ik was al een paar dagen mijn telefoon kwijt. Ik ben namelijk soms een klein beetje chaotisch. Ik raak dan ook niet in paniek. Hij duikt vanzelf wel weer een keertje op. En als ik hem nodig heb, dan bel ik hem gewoon. Simpel. 

Maar nu – na een paar dagen – begon ik me toch zorgen te maken. De batterij houdt het niet langer dan een paar dagen vol. Dan is het niet meer een kwestie van een telefoontje. Dus ik ga mijn gangen na. Wanneer heb ik hem voor het laatst gezien? Had ik hem mee? Ik doorzoek al mijn jaszakken. Ik keer de tassen om die ik de laatste paar dagen bij me heb gehad. Niks. Ik zal hem toch niet verloren hebben? Of erger, hij zal toch niet gestolen zijn? Een lichte paniek begint zich te ontwikkelen. Er is nog wel een plek waar hij zou kunnen zijn. Maar dat zal toch niet? Zo dom… Ik heb toch wel? Ik ga op zoek naar de zwemtas. Ja hoor, niet uitgepakt. Ik haal er een kleffe handdoek uit, een klef badpakje en een dito zwemvest. En ja hoor, onderop ligt mijn telefoon. Op de een of andere manier in zijn hoesje. Normaal gesproken ben ik te lui om hem in zijn hoesje te doen. Het hoesje is al even klef en vochtig als de handdoek. Voorzichtig probeer ik de telefoon aan te zetten. Pfff, hij doet het nog. Lucky bastard.