“Hallo, kom je er nu pas achteraan hobbelen?!?”, zegt mijn neef hoofdschuddend tegen mij als ik hem toevertrouw dat ik gisteren pas voor het eerst een spelletje Wordfeud heb gespeeld. “Ja, maar ik ben nogal van de bordspellen. Je weet wel. Triviant. En Risk. En Levensweg.” Hij kijkt me meewarig aan. En dan voel ik de generatiekloof tussen ons hangen. “Ik ben nog geen 40 hoor (39)!” roep ik naar hem, terwijl ik een propje papier naar zijn hoofd gooi. “Maar ik zit lekker nog in mijn twintiger jaren (29)”, grinnikt hij terug. En dan wordt ik gered door een bliebje op mijn slimme telefoon. Het is een berichtje van Wordfeud. “It’s your turn”. Ook daar moet ik erg aan wennen. Maakte je vroeger gewoon een spelletje af. Nu begin je eergisteren en maak je het spelletje pas overmorgen af. Af en toe een woordje tussendoor. En toch heeft dat ook wel weer iets. Creatief bedenk ik een woord. Ik denk dat ik briljant ben. Dat ik al die Wordfeuders aan kan. Want ik denk dat ik goed ben in taal. En ik kan toch wel zeker mijn liefje aan. Die is niet zo heel goed in taal. Hij is goed in wiskunde. Vol enthousiasme begin ik aan mijn eerste spelletje. Met vriendlief. En HIJ wint… Mijn enthousiasme voor dit woordspelletje begint iets af te nemen. Hoe kan dat? Ik ben van de taal, hij is van de wiskunde. Daar kunnen we op bouwen. En dat wordt nu met een spelletje Wordfeud afgebroken! Als vriendlief me uitlegt hoe hij het spelletje speelt (“Ik let alleen maar op de woordwaardes en probeer maar wat woorden uit”), begrijp ik het. Wordfeud is niet voor taalkenners, Wordfeud is voor wiskundigen. Ik ben een illusie armer, toch stiekem een spelletje rijker en ik heb nog steeds een relatie waar ik op kan bouwen…

Recente reacties