Dag dokter. Dag mevrouw. Ik heb een ontsteking aan mijn oog. Kijk maar: het is rood. Ik denk dat het een herpes-infectie is. Dat is een soort koortslip, maar dan op je oog. Ja, zegt de dokter, maar het zit niet IN je oog. Nee, zeg ik, het zit net onder mijn oog. Net als altijd eigenlijk. Het ziet er niet uit als herpes-infectie, vertelt de dokter. Dan heb je blaasjes. Ja, maar die komen morgen, zeg ik met stellige overtuiging. De dokter kijkt me schaapachtig aan. De vorige keer heb je Zovirax gekregen. Ja, toen had ik hetzelfde. Eerst geen blaasjes, daarna wel, flink smeren en met een dag of vijf ben ik er helemaal vanaf. Mmm, dat klinkt wel als een herpes-virus. Ik begin mijn geduld te verliezen en begin tevens te vrezen dat ik de volgende week weer bij de dokter zit. Ditmaal met een heel dik oog met blaasjes en heel veel hoofdpijn net boven dat oog. Gelukkig lijkt de dokter net op dat moment overtuigd van mijn gelijk. Of misschien heeft het argument dat dit al 20 jaar lang een jaarlijks terugkerende kwaal is meegeholpen. Of misschien heeft mijn plechtige belofte dat ik – mocht het mis gaan – direct weer bij hem op de stoep sta – overtuigd. Ik weet het niet. Maar na veel vijven en zessen heb ik dan eindelijk mijn zalfje. En inderdaad: de volgende dag zijn daar de blaasjes en na vijf dagen ben ik van de infectie af. Wordt het dan toch misschien tijd om eens uit te kijken naar een andere huisarts?