Het ging al bijna een jaar goed. Ze was al twee maanden van de medicijnen af. En toen. Ineens. Mis. Ik hoor haar huilen in haar bedje. Een soort huiltje dat mijn moederhart herkent. Geen loos alarm. Er is nu echt iets aan de hand. Zo snel als mijn benen kunnen, ren ik naar haar kamertje. Ze is benauwd. Ik til haar naar ons bed. Vertwijfeld. En net zo angstig als ze zelf is. Meestal wordt ze rustiger als ze gaat slapen, dus dat is het eerste dat ik probeer. Maar het lukt niet. Haar hartje gaat zo tekeer. Ik hou het niet meer. Ik bel de huisartsenpost.

De assistente neemt op. Ik probeer te vertellen hoe benauwd ze is. Maar eigenlijk hoef ik niets te vertellen. Haar gepiep is duidelijk door de telefoon hoorbaar. De assistente leest snel haar lijstje op en ik antwoord wezenloos. Kom nu maar langs. Kleren aan, schoenen aan. Autopapieren, legitimatie en in de auto. Onze eigen huisarts heeft nachtdienst. Hij schrikt. Belt de kinderarts voor overleg. Tikt pijlsnel een kort verwijsbriefje en zegt:”Rij maar zo veilig en snel mogelijk naar de EHBO”. Je wordt verwacht. Ik til haar op en sjouw haar naar de auto. Eenmaal bij de EHBO aangekomen, gaat alles snel. We hoeven gelukkig niet lang te wachten. De verpleegkundige installeert ons in een kinderwachtkamer en legt alle spullen voor het onderzoek klaar. De kinderarts arriveert al snel. Ze luistert en geeft een recept aan de verpleegkundige. Mijn dochter wordt – zoals ze dat noemen – verneveld. Ze krijgt in één keer een flinke stoot medicijnen, waardoor ze snel weer lucht krijg. Ze knapt zienderogen op in mijn armen. Ze kijkt me aan. Opgelucht. En ik kijk opgelucht terug. Het is half 5, midden in de nacht en mijn dochter gaat lekker spelen met het speelgoed dat op de kamer aanwezig is. Onwillekeurig moet ik lachen. Blij dat ze weer energie heeft en blij dat haar gezichtje weer ontspannen is.

Om 5 uur ‘s-nachts mogen we eindelijk slapen. Tot 6 uur, want dan krijgt ze de volgende medicatie. En dan nog een uurtje slapen tot half acht, want dan worden we gewekt voor het ontbijt. Deze dag blijft ze in het ziekenhuis. Ze krijgt de hele dag door medicijnen en zuurstof. Vlak voor de nacht, halen ze haar van de zuurstof af. Dat gaat goed. De volgende ochtend horen we dat ze alweer naar huis mag. Met pufs, dat wel. We gaan ervan uit dat het goed gaat. Maar de schrik zit er goed in. Dat zijn momenten dat je realiseert dat je kinderen nog zo klein zijn en zo kwetsbaar… Dat zijn momenten die je liever niet wilt meemaken.