Iedere dag tussen 17.00 en 19.00 uur komt hij langs. De ijscoman rijdt in een Amerikaans ogende ijscowagen en is herkenbaar aan zijn deuntje. Nu zou een ’tingelinge klingelinge’ wat mij betreft voldoende zijn. Je voelt hem al aankomen. Onze ijscoman heeft een deuntje in een ’tingeleklingele-geluid’. Steeds als de wagen voor(bij)rijdt, denk ik aan Stephen King. Als je ooit het boek Het hebt gelezen of de miniserie It hebt gezien, dan weet je precies wat ik bedoel. Nee, het is geen clownslied, maar Mr. Sandman. Geloof me, met die bellengeluidjes, klinkt het echt een beetje creepy.

Ik ben niet de enige in huis die het niet zo op heeft met dit deuntje. Iedere keer als de wagen lang rijdt, rent kleine man naar me toe.

“Mama, ik vind het een beetje eng”, waarna hij op schoot kruipt en zich zo dicht mogelijk tegen me aan nestelt.

“Hij is zo weer weg, lieverd”, stel ik hem gerust, terwijl ik mijn handen over zijn oortjes leg, zodat hij het geluid niet zo hard hoeft te horen.

Als hij de ijscoman de straat uit rijdt, zegt kleine man steevast: “Hij is bijna weg, hé mama? Ik hoor hem al bijna niet meer. Bijna”. Samen luisteren we dan naar het wegstervende geluid. Tot de stilte eindelijk arriveert en kleine man met een gerustgesteld gezichtje van mijn schoot afglijdt.