Om half 6 gaat mijn kleine wekkertje. Het is zoonlief dit keer. Zijn luier zit niet goed. Met slaap in mijn ogen strompel ik naar zijn kamertje. Ik ben te moe om zijn luier op zijn eigen kamer te verschonen, dus ik gris er eentje van de commode en leg hem op mijn bed. Het is een automatische handeling. Lief staat al onder de douche, hoor ik. Ik leg kleine man in mijn armen en bid dat hij in ieder geval nog een half uurtje doorslaapt. Nog heel even…

Ik hoor gestommel. Iemand gaat zachtjes op het bed zitten. Ik houd mijn ogen nog even gesloten. Het is nog veel te vroeg. Kleine man slaapt nog. Laat me nog even… Dan voel ik kleine man bewegen. Hij gaat zitten. Het is nu echt tijd om mijn ogen open te doen. En dan zie ik ze zitten. Broer en zus. De armpjes om elkaar heen geslagen en allebei een grijns van oor tot oor.

“Eh, mam? Ik wilde eigenlijk iets vragen” zegt dochterlief voorzichtig.

“Wanneer komen jullie naar beneden?”

“Waar is papa dan?” vraag ik beduusd.

“Die is al naar zijn werk. Kijk maar op de wekker.”

Het is al zeven uur. Ik schiet omhoog en grijp snel wat kleren bij elkaar. Onze normaal gesproken kalmpjes-aan-ochtend-want-de-kinderen-zijn-altijd-om-zes-uur-wakker verandert in een we-moeten-nu-wat-meer-haast-maken-dan-anders-ochtend. Maar wat een heerlijke manier om wakker te worden.