Met het ene oog kijk ik in de verte en met het andere oog lees ik. Zo ging het jaar in, jaar uit. Ik wist niet eens dat ik het deed. Ik zag geen diepte. Dat wist ik niet. Hoe moest ik weten wat diepte was als ik het nooit gezien had? Tot ik heel veel oogontstekingen kreeg en bleek dat ik al die jaren mijn ogen toch een beetje overbelastte.
Ik koos in eerste instantie voor lenzen. Dat leek me wel makkelijk. Geen gedoe met het kwijtraken van brillen. Want, zoals je in één van de vorige blogs hebt kunnen lezen, ben ik soms, een heel klein beetje chaotisch.
Een groot voordeel van die lenzen was dat ik diepte kon zien. Wow, dat was vreemd. Het was alsof ik de hele dag zat volgepropt met hallucinerende middelen en niet meer kon zien wat nu echt was of niet. Ik liep tegen deurposten op en greep steeds mis als ik mijn kopje thee wilde pakken. Nee, dit was absoluut niet mijn kopje thee.
Een bril bracht me weer bij mijn positieven. Ik zag mijn vertrouwde wereldje weer terug. En het was heel fijn dat mijn ogen niet al dichtvielen, voordat mijn lijf moe werd.
Inmiddels ben ik 41 en er tot vorige week van overtuigd dat varifocaal dé oplossing voor mij zou zijn. Lezen en ver zien gaat me steeds moeilijker af met dezelfde bril. De opticien kijkt me onderzoekend aan. Hij meet en meet en kijkt me nog eens aan.
“We gaan geen varifocaal doen. Jij krijgt een bril met leesondersteuning. Dat is veel fijner voor jou. Varifocaal kan altijd nog.”
“Wat is het verschil dan?” vraag ik nieuwsgierig.
“Je hebt een veel groter kijkbereik.”
“Ondersteun me dan maar tijdens het (voor)lezen.”
“Nieuw brilletje erbij?”
“Nou, vooruit dan maar.”
En samen met (een kritische) dochterlief zoek ik een bril uit, die ik volgende week mag uitproberen. Met leesondersteuning. Zodat ik nog heel lang kan genieten van het voorlezen van kinderboeken en het lezen op mijn e-reader (en heel soms in een papieren boek).
Recente reacties