Het stelt nog niet zoveel voor. Zeggen ze. Vriendschap tussen peuters. Volgens onderzoek spelen ze dan nog niet met elkaar, maar naast elkaar. Toch durf ik te beweren dat zoonlief een echte vriend heeft. Hij is twee weken op vakantie geweest. Zijn vriendje. Vandaag zagen ze elkaar weer. Onafscheidelijk. Ze rennen samen, spelen in de zandbak, kletsen samen, eten samen. Het is echt een genot om naar te kijken. 

Ze zeggen dat volwassenen zich niets meer kunnen herinneren van hun peutervriendschappen. Ook dat durf ik tegen te spreken. Van mijn eerste tot mijn derde jaar woonde ik namelijk in de Bijlmer, Amsterdam. Ik had daar een vriendinnetje: Rosalieke. Ik heb flarden van herinneringen. Dat we over de galerij renden en naar de kinderboerderij gingen. En dat er heel veel bos was. Later dacht ik dat dit een verzinsel van me was, een fantasie. Ik woonde daar immers in een betonnen flatbuurt… Tot ik jaren later rond mijn twintigste  weer eens terugkeerde naar de Bijlmer. Naar Egeldonk, waar ik toen woonde. Tot mijn verbazing was het daar groen. En ja, er was ook een kinderboerderij. Niks geen betonnen kille buurt, maar een mooie omgeving. Stiekem ben ik wel benieuwd of mijn peutervriendinnetje nog weet wie ik ben. Het was net zo’n mooie peutervriendschap als zoonlief nu met zijn vriendje heeft. Dat is toch heerlijk?