Ik heb eigenlijk helemaal geen tijd om een blog te schrijven. Ik heb een nieuw boek binnen. Vakliteratuur. Een boek dat ik allang in huis had, en – net als toen – een volledig herziene versie. Ik heb het over de Schrijfwijzer.
De nieuwe editie is verdubbeld als het gaat over het aantal pagina’s. Het is aangevuld met tips en trucs over de ‘nieuwe’ media. Die media bestond destijds ook al, maar meer in de kinderschoenen. Ik weet nog goed dat ik met een vriendinnetje een werkstuk maakte voor school over het nut en het voortbestaan van intranet. Ik weet eigenlijk niet of die naam nog bestaat. Het is nu gewoon een lokaal netwerk geworden; een LAN.
Ik leg de twee boeken naast elkaar. Los van het feit dat de nieuwste editie echt een luxe-editie is geworden en heerlijk is om alleen al vast te houden, is er veel veranderd in de taal. Mijn oude versie van ‘Schrijfwijzer’ stamt uit 1989. Regels van toen zijn voor een groot deel veranderd, het taalgebruik des te meer. En juist dat is wat een taal zo mooi maakt. Het is veranderlijk, het groeit met ons mee. Niet alleen nieuwe woorden doen hun intrede, maar ook nieuwe gebruiken. Het lijkt wel alsof de hoge heren Grammatica de regels verzinnen, maar in feite doen we dat gewoon met zijn allen. Door de taal te gebruiken, bezigen, hanteren en een klein beetje om te buigen. Ja, het is zelfs zo dat opa’s en oma’s andere taal lijken te spreken dan hun kleinkinderen. En dat zal altijd zo blijven. Omdat de taal leeft. Leve de taal! (en nu ga ik weer verder lezen).
Recente reacties