Voor het slapen gaan, hebben zoonlief en ik een avondritueel. Dat werkt goed. Hij weet precies wat er gaat gebeuren en eenmaal in zijn bedje, slaapt hij binnen vijf minuten. Ik ben er blij mee. Vorige week verbrak hij zomaar dat ritueel.
“Geen melk mama, dipsap”, zegt hij resoluut.
Enigszins wantrouwend vul ik zijn fles met diksap, pak een luier en zijn pyjama om hem aan te kleden. Eenmaal aangekleed, kijk ik hem verward aan. Dit is het moment dat ik eigenlijk altijd roep: “Waar is je melk?” en hij antwoordt met “Op uh keuken” en zo snel als hij kan zijn fles van het aanrecht pakt en zich in mijn armen stort.
In plaats daarvan zeg ik: “Waar is je drinken?” Ik probeer overtuigend te klinken. Dat lukt niet echt.
“Op uh keuken”, roept hij dan enthousiast en rent in de volle overgave naar de keuken. Opgelucht sta ik klaar om hem op te vangen. Hij rent, en rent, en rent, recht in de armen van zijn zus. Zus kijkt trots. Ik zet mijn trots opzij en geniet even van dit prachtige moment. Heel even denk ik dat hij straks vast niet gaat slapen omdat hij zijn ritueel mist. Hij bewijst het tegendeel. Als zijn diksap op is, staat hij op en zegt resoluut: “Nu bedjetijd, hè mama?” Ik til hem op, zeg dat ik trots op hem ben en breng hem tevreden naar zijn bedje. Binnen de minuut is het stil…
Recente reacties